Column: De fuik rond het BPF sluit zich erg snel
arrow_drop_up arrow_drop_down

Column: De fuik rond het BPF sluit zich erg snel

De laatste tijd zien we dat bedrijfstakpensioenfondsen de procedure rond het handhaven van verplichtstellingen steeds strakker uitvoeren. Een paar jaar geleden konden termijnen voor beantwoording van brieven door een BPF erg lang zijn, zeker wanneer er discussie was over wel of niet aansluiten. Tegenwoordig zijn die termijnen aanzienlijk korter. Ook de procedure die wordt gevolgd als de aansluiting (voor het fonds) vaststaat, is korter en daar schuilt een groot gevaar voor ondernemingen.

Aansluiten met terugwerkende kracht

Een veel voorkomende situatie is dat een onderneming een brief van een BPF krijgt met de mededeling dat deze zich met terugwerkende kracht moet aansluiten. Laten we ervan uitgaan dat de onderneming zich verweert tegen de stelling van het BPF. Al snel, maar nog tijdens het uitwisselen van standpunten, vraagt het BPF de werkgever om via een portal salarisgegevens aan te leveren. Salarispakketten hebben koppelingen met deze portals, dus in principe is dit erg eenvoudig.

Dan ontstaat het eerste dilemma, namelijk bent u als onderneming verplicht de loongegevens te verstrekken? Op grond van de statuten van het BPF bent u verplicht dit te doen. Als u vindt dat de onderneming niet onder de verplichtstelling valt, hoeft u de statuten niet na te leven en is aanlevering van loongegevens niet nodig. Bij het niet aanleveren van gegevens ontstaat een ander probleem, het BPF stuurt in dat geval een ambtshalve nota. Die valt per definitie veel hoger uit dan de reguliere nota.

Toch maar de portal invullen dan? Dat kan echter ook niet, want dan overtreedt u de AVG. Het gaat dan immers om het delen van persoonlijke gegevens terwijl u vindt dat u er niet toe verplicht bent. Hiervoor is tenminste de toestemming van de werknemers nodig. Dit wilt u juist niet vragen, omdat u vindt dat u niet onder de verplichtstelling valt.

Oplossing

Een oplossing is om de gegevens anoniem aan te leveren. Daarnaast kunt u een verklaring voor recht vragen dat u niet onder de werkingssfeer valt. Wellicht vraagt het BPF de verklaring voor recht dat u er wel onder valt, per saldo maakt dat weinig uit. Dat komt bij de kantonrechter en die moet een oordeel geven. De vraagstelling is erg complex, de onderneming is in beginsel verdacht zijn wettelijke verplichtingen niet na te komen en de risico’s voor het BPF zijn torenhoog. Laten we er vanuit gaan dat het BPF de zaak wint. Dat zien we toch wel vaak gebeuren in de lagere rechtspraak.

Bij voorraad uitvoerbaar vonnis

Het pensioenfonds vraagt tegenwoordig altijd om een bij voorraad uitvoerbaar vonnis. Kantonrechters wijzen dit veelal toe, omdat het grote financiële belang voor een BPF bij het ontvangen van de premie erg groot is. Ervan uitgaande dat de procedure inderdaad verloren wordt, kunt u wel in hoger beroep gaan, maar de achterstallige premie moet alvast voldaan worden. De meeste ondernemingen zullen hierdoor omvallen. Veel verzekeraars bieden dan aan om vrijstelling te vragen, daarover ging de vorige column, dat is vaak een dure oplossing.

Reactie plaatsen

Welkom!