Beslissing bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1147 en het eerdere parket

Beslissing bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1147 en het eerdere parket op 5 oktober

Beslissing bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1147 en het eerdere parket op 5 oktober

De Procureur-Generaal geeft college. De hoofdzaken halen wij er voor u uit. Woont u het college bij? Interessant, temeer de Hoge Raad net voor de kerst de uitspraak van het hof vernietigt en daarmee afwijkt van het advies van de Procureur-Generaal.

Bij Unis TS is de reparatie (dat is een ‘metaal’-werkzaamheid) slechts een beperkte handeling. De analyse, het opsporen van het defect en het controleren van de reparatie vormen de kernactiviteit.

Citaten uit het ‘college’:

Het hof heeft in rov. 3.5 en 3.6 uiteengezet waarom de test- en analysewerkzaamheden als losstaand moeten worden beschouwd van de reparatie-, onderhouds- en herstelwerkzaamheden die door Unis TS worden uitgevoerd. Het hof heeft daartoe onder meer overwogen dat:
a) Het vaststaat dat de werknemers aan de analyse en het testen meer dan 50% van hun tijd besteden;
b) De analyse- en testwerkzaamheden het “unique sellingpoint” van Unis TS zijn en haar uitgebreide en specialistische kennis en ervaring maakt dat zij deze werkzaamheden goed kan uitvoeren;
c) De feitelijke reparatie vaak een eenvoudige soldeeractiviteit betreft die klanten ook zelf zouden kunnen uitvoeren en daarom een onderneming die slechts reparaties zou uitvoeren niet levensvatbaar zou zijn;
d) Unis TS in kostbare apparatuur heeft geïnvesteerd die wordt gebruikt voor het analyseren en testen van de printplaten;
e) De medewerkers van Unis TS grote kennis en ervaring hebben op het gebeid van testen en analyseren van de printplaten;
f) De omstandigheid dat de test- en analysewerkzaamheden niet afzonderlijk worden vermarkt en niet als zelfstandige activiteit worden genoemd in de marketing en reclame-uitingen van Unis TS het voorgaande niet anders maakt, aangezien het zwaartepunt van de werkzaamheden van Unis TS ligt bij de dienstverlenende activiteiten, het analyseren en testen en niet bij de reparatie- en onderhoudswerkzaamheden.

Vergelijking met Adimec:

(…) Uit de door het hof vastgestelde omstandigheden volgt dat het reparatiewerk aan de printplaten uitsluitend plaatsvindt vanwege de uitgebreide mogelijkheden die Unis TS aan haar klanten biedt om de printplaten te testen en analyseren. De reparatie van de printplaten vormt daarmee een losstaand gedeelte van het geheel van de totaal door Unis TS uitgevoerde werkzaamheden. Een vergelijking met het aan het arrest HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:215, NJ 2014/102 (ROM en PME/Adimec) dringt zich hier op. In dat arrest draaide het, net als in de onderhavige zaak het geval is, om de vraag of Adimec met haar bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde cao en de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds viel. Het geval spitste zich toe op de vraag of de assemblage van camera’s – een fase van de productie die kon worden aangemerkt als het be- en/of verwerken van metalen in de zin van de cao voor de Metalektro – ondergeschikt was aan het ontwerpen en ontwikkelen van de camera’s, welke laatste activiteiten betroffen die niet onder de cao voor de Metalektro vielen. De Hoge Raad oordeelde op grond van de feiten en omstandigheden die door het hof waren vastgesteld dat de assemblage uitsluitend plaatsvond als een uitvloeisel van het ontwerpen en het ontwikkelen van de camera’s en dat de assemblage daarmee ondergeschikt was aan de ontwerp- en ontwikkelactiviteiten van Adimec. Dat het hof in het hier ter beoordeling voorliggende geval tot de conclusie is gekomen dat de test- en analysewerkzaamheden feitelijk het zwaartepunt van de ondernemingsactiviteiten van Unis TS vormen is gelet op de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden geenszins onbegrijpelijk. Ook kan van dit oordeel niet gezegd worden dat het onvoldoende is gemotiveerd het hof in rov. 3.4 t/m 3.6 duidelijk en goed onderbouwd uiteen heeft gezet waarom de reparatie-, onderhouds- en herstelwerkzaamheden als losstaand moeten worden gezien van het testen en analyseren van de printplaten. De klachten van het subonderdeel die hierop gericht zijn falen.

Hoge Raad:

‘Vast staat immers dat de onderhavige test- en analysewerkzaamheden door Unis TS worden uitgevoerd met het oog op uitsluitend de door Unis TS verrichte onderhouds- en herstelwerkzaamheden in de zin van de werkingssfeerbepalingen. Daarmee zijn die test- en analysewerkzaamheden naar hun aard dienstbaar aan de onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Willen laatstgenoemde werkzaamheden naar behoren kunnen worden uitgevoerd, dan zullen immers ook steeds eerstgenoemde werkzaamheden in enige omvang moeten plaatsvinden, teneinde te bezien wat voor onderhoud of herstel nodig is en te bezien of verricht onderhoud of herstel naar behoren heeft plaatsgevonden. Het onderhavige geval verschilt dan ook van het geval dat aan de orde was in HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:215 (Adimec). Dit wordt niet anders door de vaststellingen van het hof dat de uitgebreide en specialistische kennis en ervaring die Unis TS heeft met betrekking tot genoemde test- en analysewerkzaamheden een “unique sellingpoint” van haar is’.

(…) Bij de beoordeling of aan het hoofdzakelijkheidscriterium is voldaan kan, blijkens het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:215 NJ 2014/102 (PME/Adimec)), acht worden geslagen op de kern van de ondernemingsactiviteiten. Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2012, (ECLI:NL:HR:2012:BU9889, NJ 2012/142 (ROM & PME/Vector)) volgt dat werkzaamheden die bijdragen (ondersteunend zijn) aan de hoofdactiviteit relevant zijn voor de toepassing van het hoofdzakelijkheidscriterium en daaraan toegerekend mogen worden (..)

(…) Bij de uitleg van het hoofdzakelijkheidscriterium moet op grond van de cao-norm eerst worden gekeken naar de taalkundige betekenis van de uit te leggen bewoordingen (..)

(…) Volgens de Fondsen is er in het onderhavige geval slechts één (objectieve) taalkundige uitleg van het hoofdzakelijkheidscriterium mogelijk. Die houdt in dat in het geval dat een werknemer betrokken is bij werkzaamheden binnen de genoemde takken van bedrijf binnen de Metaal en Techniek, hoe gering de feitelijke betrokkenheid in arbeidsuren ook is, het totaal aantal van de met deze werknemer overeengekomen arbeidsuren volledig in aanmerking moet worden genomen als betrokken bij werkzaamheden als uitgeoefend in de betreffende takken van bedrijf binnen de Metaal en Techniek. De feitelijke omvang van de werkzaamheden in uren van de betrokken werknemers (de FTE’s) speelt in de optiek van de Fondsen geen rol bij de vaststelling of aan het hoofdzakelijkheidscriterium is voldaan. Het hoofdzakelijkheidscriterium laat zich volgens de Fondsen over de omvang van de betrokkenheid niet uit. De Fondsen verwijzen daarbij naar het oordeel van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 26 september 2017 dat in gelijke zin oordeelde over een nagenoeg gelijkluidend hoofdzakelijkheidscriterium.

De Hoge Raad vindt dat de tekst in het verplichtstellingsbesluit (‘de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de hiervoor omschreven takken van bedrijf, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf’) meebrengt dat het om het aantal overeengekomen uren gaat.

(…) Als de door de Fondsen voorgestane uitleg zou worden gevolgd, dan betekent dit dat – hoewel het hof heeft vastgesteld dat meer dan 50% van de tijd van de werknemers wordt besteed aan werkzaamheden die niet vallen onder de takken van bedrijf binnen de Metaal en Techniek (de test- en analysewerkzaamheden) en deze werkzaamheden feitelijk de kern van de bedrijfsvoering van Unis TS vormen – de slotsom is dat de werknemers toch onder de werking van bedrijfstakregelingen vallen omdat een klein gedeelte van hun werkzaamheden behoort tot de takken van bedrijf binnen de Metaal en Techniek waarbij de werknemer ‘betrokken’ is en deze werknemer dus als ‘betrokken werknemer’ voor het volledige aantal met hem contractueel overeengekomen uren als werkzaam binnen de Metaal en Techniek in de berekening op grond van het hoofdzakelijkheidscriterium moeten worden meegenomen. Een dergelijke uitkomst doet m.i. geen recht aan de gedachte die ten grondslag ligt aan het hoofdzakelijkheidscriterium (..)

(…) Zou (overwegend) moeten worden uitgegaan van hetgeen tussen de werkgever en de werknemer in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dan zou daarmee juist op eenvoudige wijze aan de verplichte deelname aan bedrijfstakregelingen kunnen worden ontkomen door een omschrijving van werkzaamheden te kiezen die daar niet onder valt, terwijl dat wel geldt voor de daadwerkelijk door de werknemer uitgevoerde werkzaamheden (..)

(…) Het door de Fondsen aangevoerde argument dat indien wordt gekeken naar de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden een tijdrovend en (te) kostbaar onderzoek zou moeten worden uitgevoerd is niet overtuigend.

Ons inziens zijn de zienswijzen niet nieuw maar vormen zij wel een uitgebreide onderbouwing van wat eerder is uitgesproken. De beslissing van de Hoge raad is wel verrassend.

Reactie plaatsen

Welkom!