Pensioen voor payrollmedewerkers

Wij vertellen u alles over het pensioen van uw payrollmedewerkers

Vanaf 1 januari 2021 kunnen payrollwerknemers niet meer terecht bij de StiPP, het pensioenfonds voor uitzendkrachten en gedetacheerden! Iedere payrollorganisatie moet de payrollmedewerkers een adequate pensioenregeling aanbieden. 


De payrollwetgeving verplicht u om een pensioenregeling te sluiten. Wij bieden een simpele en efficiënte oplossing aan voor payrollwerkgevers. Neem zo snel mogelijk contact op. Samen kijken wij naar uw omstandigheden en regelen het snel en efficiënt om vervelende consequenties te voorkomen.

Wat is payrolling?

Payrolling is een bijzondere vorm van het ter beschikking (uitzenden) stellen van personeel. Bij deze vorm is de payrollorganisatie zelf de werkgever. De werknemers werken schriftelijk voor het payrollbedrijf, maar de werkzaamheden worden uitgevoerd bij het bedrijf dat hen inleent. Bij deze vorm neemt de payrollorganisatie alle werkgeverslasten over waardoor de inlener (opdrachtgever) volledig ontzorgd wordt.


Wanneer is er sprake van payrolling?

Er is sprake van payrolling als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De overeenkomst tussen de payrollorganisatie en inlener is niet tot stand gekomen in het kader van allocatie.
    Allocatie is het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.
  • De inlener voert zelfstandig de werving en selectie uit van de werknemer of laat dit doen door een derde (niet zijnde de payrollorganisatie).
  •  De werknemer wordt exclusief aan de inlener ter beschikking gesteld door de payrollorganisatie.

 

Wat is het doel van de Wet Arbeidsmarkt in Balans?

De WAB is per 1 januari 2020 door de overheid in het leven geroepen om payrollwerknemers een betere rechtspositie en arbeidsvoorwaarden te kunnen bieden. Zo bepaalt deze wet dat payrollwerknemers die in 2020 een contract krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de opdrachtgever/inlener. 

Vanaf 1 januari 2021 heeft een payrollwerknemer recht op een ‘adequate pensioenregeling’. Als werkgever kunt u hier op twee manieren voor zorgen:

1. Payrollwerknemers gaan meedoen met de pensioenregeling van de inlener waar zij werken;

2. Uw payrollbedrijf treft een eigen pensioenregeling.


Als het payrollbedrijf kiest voor een eigen pensioenregeling, dan moet deze voldoen aan de voorwaarden:

  • De werknemer bouwt vanaf de eerste werkdag pensioen op (geen wachttijd of drempelperiode).
  • De pensioenregeling bevat ook een regeling voor het nabestaandenpensioen. Een nabestaandenpensioen keert een uitkering uit aan nabestaanden als de werknemer overlijdt;
  • De premie die u voor het pensioen betaalt moet minstens gelijk zijn aan de ‘normpremie’. De normpremie wordt in de wet vastgelegd en wordt elk jaar berekend op basis van de gemiddelde werkgeverspremie bij alle pensioenfondsen in Nederland. 
  • U mag de normpremie niet aan uw werknemers doorberekenen.

Wanneer na de controle op de naleving van de Waadi blijkt dat de payrollwerkgever geen adequate pensioenregeling heeft getroffen voor de payrollwerknemers, kan de payrollkracht of vakbond een civiele procedure starten om af te dwingen dat de payrollwerkgever alsnog de pensioenpremie voldoet of voorziet in een adequate pensioenregeling.


Een werkgever, die bij vaststelling van de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst niet kan voldoen aan de minimale voorgeschreven werkgeversbijdrage, moet een fiscaal maximale pensioenregeling voor zijn werknemers treffen. Een werkgever die onderzocht wordt door de Inspectie SZW moet ook stukken overleggen die aantonen dat hij een regeling heeft getroffen die zo fiscaal maximaal mogelijk is. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen kan op deze stukken toetsen.