arrow_drop_up arrow_drop_down
9 juli 2020 

Column: Uitholling van verzekerde pensioenregelingen

Het pensioenakkoord lijkt een feit. Er moet nog wel een parlementaire behandeling van het wetsvoorstel komen. Dit betekent dat er nog van alles kan gebeuren, maar dat is afwachten. Één ding is duidelijk, het pensioenakkoord voor pensioenfondsregelingen is geschreven. Iedere werkgever die niet is aangesloten bij een pensioenfonds heeft een verzekerde pensioenregeling. In dat geval is deze verzekerd bij een particuliere verzekeringsmaatschappij. Totaal zijn hier zo’n 1,4 miljoen werknemers verzekerd, dus beslist geen kleine groep. Deze werknemers zijn veelal werkzaam in de zakelijke dienstverlening.

Verzekerde pensioenregelingen worden uitgehold

Deze verzekerde regelingen hanteren een naar leeftijd oplopende premie. Deze regelingen moeten straks worden omgezet naar een gemiddelde premie (doorsneepremie) die voor iedereen gelijk is. Dat levert een groot probleem op, want dan stijgt de premie voor jongeren en daalt deze voor de ouderen. De oudere werknemer zal in dat geval compensatie vragen voor het premieverlies, terwijl de premie voor jongeren stijgt. Hierdoor nemen de totale pensioenlasten voor werkgevers toe. Daar is in het Pensioenakkoord een compromis voor gesloten waardoor de naar leeftijd oplopende premie gehandhaafd mag worden. Dat is mooi zou u denken, maar deze regeling geldt alleen voor werknemers die nu al in dienst zijn. Nieuwe instromers moeten alsnog op de doorsneepremie.

Huidige deelnemers kunnen kortingen niet meer goed maken

Deelnemers aan beschikbare premieregelingen hebben de afgelopen jaren een pensioenkorting gekregen van 50% of meer. Dit werd veroorzaakt door de lage rentestand waar ze vaak niet voor gewaarschuwd zijn. Het overgangsrecht is nog niet bekend maar op basis van eerdere ervaringen vermoed ik dat dit alleen blijft gelden zolang de regeling niet gewijzigd wordt. Dat zou betekenen dat deze deelnemers hun verlies niet meer goedmaken en is de korting definitief. De premiestaffel staat immers voor de toekomst vast en biedt geen extra ruimte.

Arbeidsmarkt gaat op slot

Voor nieuwe toetreders moet een werkgever na invoering van het Pensioenakkoord een voor alle leeftijdsgroepen gelijke premie voeren. Voor jonge toetreders betaald een werkgever in het huidige stelsel rond de 5% premie. Om een adequaat pensioen op te bouwen heb je een doorsneepremie nodig van tenminste 25% nodig. Hoogstwaarschijnlijk willen werkgevers de lasten voor de jonge toetreders niet te hard laten stijgen. Daarom vermoed ik dat de doorsneepremie niet veel hoger zal uitkomen dan de 5 of hooguit 10%. Deze geldt dan ook voor oudere werknemers die toetreden. Zij kunnen hierdoor nooit meer voldoende pensioen opbouwen. Dit kan de arbeidsmarkt voor hen op slot zetten.

Nu realiseer ik me dat pensioen een low intrest aangelegenheid is. Dit houdt in dat mensen niet getriggerd worden tot het ondernemen van actie bij het onderwerp pensioen. De kans is dus groot dat oudere werknemers zich dit effect niet realiseren. Dan blijkt op de pensioendatum dat ze onvoldoende pensioen hebben opgebouwd. Het is ook mogelijk dat de werknemer geen keus heeft. Hij wordt bijvoorbeeld ontslagen als gevolg van de coronacrisis en is genoodzaakt een baan met een ‘slechte’ pensioenregeling te accepteren.

Lobbyen in de politiek

Mijn voorstel is om in de politiek te lobbyen over de doorsnee premie en de gevolgen hiervan voor jong en oud. Pensioenadviseurs moeten toch voldoende handtekeningen van ‘pensioenslachtoffers’ kunnen verzamelen?

Over de schrijver
Ondanks mijn actuariële achtergrond raakte ik al snel geïnteresseerd in de arbeidsrechtelijke aspecten hiervan. Als snel begreep ik dat de pensioenadvieswereld rond verzekerde pensioenregelingen commercieel gedreven is. Als de juridische aspecten worden genegeerd ontstaat er voor werkgevers een groot risico bij elke wijziging die in de pensioenregeling wordt doorgevoerd. Wanneer dit het geval is zoek ik vol enthousiasme naar pragmatische oplossingen.
Welkom!