Column: Verhaalbaarheid schade vormt een steeds groter probleem

Column: Verhaalbaarheid schade vormt een steeds groter probleem

Wij merken dat wanneer werkgevers worden aangesproken door hun personeel over het nakomen van oude bepalingen in pensioenregelingen – soms zelfs eindloonclaims – de kans op verhaalbaarheid van de schade afneemt. En dat terwijl de kans om te worden aangesproken juist aanzienlijk toeneemt. Tevens blijkt dat de werkgevers deze werknemerclaims steeds lastiger kunnen verhalen op adviseurs of verzekeraars. Waar heeft dit zijn oorzaak in?

In sommige situaties is de adviseur die het oorspronkelijke advies heeft gegeven inmiddels gestopt met zijn pensioen-adviespraktijk. Als dat meer dan vijf jaar geleden is, zal het uitlooprisico op zijn aansprakelijkheidsverzekering waarschijnlijk zijn verlopen. Mocht een nieuwe adviseur betrokken zijn op het adviesdossier, dan kan men proberen deze nieuwe adviseur aan te spreken. Dat zal lastiger zijn. Hij heeft het advies immers niet gegeven. Maar hij had wellicht wel moeten vaststellen dat er omissies in het verleden zijn ontstaan.

Inlooprisico

Daarbij rijst dan de vraag of deze nieuwe adviseur is verzekerd voor het inlooprisico. Normaliter dekt een aansprakelijkheidsverzekeraar dit inlooprisico wel. De verzekeraar verlangt wel dat de nieuwe adviseur vaststelt dat in het verleden omissies in het advies zijn opgetreden. Heeft dit langer dan zes maanden geduurd, dan kan dat een grond vormen voor een afwijzing van aansprakelijkheidsdekking.

Immers, de nieuwe adviseur heeft meer dan voldoende tijd gehad om eventuele risico’s in kaart te brengen. Als werkgever sta je met lege handen als de oude adviseur geen aansprakelijkheidsdekking meer heeft en de nieuwe adviseur die mist.

Ook kan het zijn dat er geen nieuwe pensioenadviseur is betrokken, maar de overeenkomst rechtstreeks is ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij. In dat geval stelt de verzekeraar zich dat hij slechts uitvoerder is en niet verantwoordelijk is voor het oorspronkelijke advies. Tenzij je dit kunt bewijzen, sta je als werkgever alsnog met lege handen.

Onvoldoende informatie

Daarbij komt een ander punt dat bijna per definitie roet in het eten gooit. Laten we eens aannemen dat werknemers een werkgever aanspreken. Veelal zal het in dat geval gaan om doorgevoerde wijzigingen in het nadeel van de werknemer. Hierbij stelt de werknemer dat hij te weinig informatie kreeg om welbewust hiermee in te stemmen.

Stel dat de werknemer inderdaad een vordering op de werkgever heeft, dan is de grote vraag wat de schade voor de werkgever is. Bijvoorbeeld, in de jaren 80 en 90 kenden we voornamelijk zeer luxe eindloonregelingen. In de loop der jaren zijn pensioenregelingen alleen maar versoberd. Vaak op grond van fiscale wetgeving, maar ook wel op verzoek van een werkgever in verband met een wens voor kostenbesparing.

De laatste tijd zien wij jurisprudentie, waarbij werknemers met succes stellen, dat zij bij deze kostenbesparingsoperaties onvoldoende informatie hebben ontvangen. Informatie die bijna per definitie ontbreekt, betreft het effect van toekomstige salarisstijgingen op de wijzigingen en inzicht in de effecten van het steeds verder opschuiven van de levensverwachting. Daardoor stellen werknemers steeds vaker dat geen sprake kan zijn geweest van een ‘welbewuste’ instemming en soms met succes.

Grote claims

Als van deze ‘welbewuste’ instemming inderdaad geen sprake blijkt te zijn, herstelt men feitelijk de situatie van voor de wijziging en ontstaan grote claims van soms wel enkele honderdduizenden euro’s per werknemer. Voor werknemers lijkt dit een mogelijkheid te bieden, maar werkgevers lopen bij de verhaalbaarheid van de schade aan tegen een muur van “genoten voordeel”.

Je kunt immers bijna per definitie stellen, dat als er een versobering heeft plaatsgevonden, de werkgever daarmee een premievoordeel heeft genoten. Als al sprake is van een verhaalbare schade, dan wordt het genoten premievoordeel eerst verrekend. Het is de vraag in hoeverre dan nog sprake zal zijn van schade door de claim van de werknemer.

Preventief handelen

Er wordt door alle betrokken partijen (werknemer, werkgever, adviseurs) redelijk lichtvaardig gedacht over doorgevoerde wijzigingen in de loop der tijd. Inmiddels lopen er echter voldoende dossiers waarbij, los van de materiële schade, alleen al het effect van deze conflicten op de arbeidsverhouding het alleszins de moeite waard maakt om preventief te handelen. Immers, een conflict over de pensioenregeling heeft zonder meer een negatieve impact op de werksfeer.

Wij zien in toenemende mate dat accountantsorganisaties en advocaten kantoren in het kader van uitbreiding van hun dienstenpakket meer aandacht geven aan de collectieve pensioenregeling van hun cliënten. Dat lijkt mij voor alle partijen een hele goede ontwikkeling.

Over de schrijver